Een intelligent voorhoofd, een wilskrachtige kin, een boeventronie, domme blondjes, gezellige dikkerds….
Veronderstellingen over de relatie tussen uiterlijk en innerlijk zijn diep verankerd in onze taal. De wetenschappelijke variant hiervan wordt aangeduid als ‘lichaamsdiagnostiek’ of ‘fysiognomie’. De geschiedenis hiervan omspant meer dan tweeduizend jaar: van de Oude Grieken tot het midden van de twintigste eeuw.