De fysiognomie was vaak ingebed in alomvattende kosmologische beschouwingen, waarin ook de astrologie een plaats had.
De macrokosmos werd geacht zich te weerspiegelen in de microkosmos van het gelaat. En van de hand, want fysiognomie en handlijnkunde (chiromantie) golden als twee loten van dezelfde stam.
Naast het gelaat werd de vorm en belijning van de hand beschouwd als een van de meest veelzeggende sleutels tot de ziel. De handlijnkunde of chiromantie was vooral in de zestiende en zeventiende eeuw buitengewoon populair. Karakterologische analyse en toekomstvoorspelling gingen hierbij vaak vloeiend in elkaar over.