De bekendste twintigste eeuwse vorm van lichaamsdiagnostiek is het werk van de Duitse psychiater Kretschmer (1888-1964).
Kretschmer meende op basis van zijn ervaring als inrichtingspsychiater dat er een verband bestond lichaamsbouw en karakter. Zo zouden lange, magere mensen (het asthenische lichaamstype) een ietwat gespleten gevoelsleven hebben: enerzijds sensitief, anderzijds koel en stug, met de neiging om zich af te sluiten en een gebrek aan realiteitszin.
Kretschmers werk bouwde voort op de negentiende eeuwse lichaamsdiagnostiek. Zijn theorie stond in hoog aanzien: zijn hoofdwerk Körperbau und Charakter (1921) was tot in de jaren vijftig verplichte kost voor psychologen en psychiaters, en werd tot het eind van de jaren zeventig nog regelmatig herdrukt.
De asthenicus, afbeelding uit Körperbau und Charakter