Socrates’ lelijkheid was bijna net zo legendarisch als zijn goede inborst en zijn filosofisch talent
Dit stond op gespannen voet met de fysiognomie. Hierin werd uitgegaan van een onlosmakelijke verbinding van het goede en het schone. Onder Griekse filosofen was deze anomalie een bron van intensieve discussie.
Socrates zelf hield het erop dat het uiterlijk de aanleg weerspiegelde, en dat deze bij hem inderdaad niet fraai was. Door een deugdzaam leven na te streven had hij zijn ‘lage lusten’ en ‘slechte gedachten’ echter kunnen overwinnen.