Deze ‘test voor weldoordacht handelen’ was een onderdeel van de beroemde chauffeurskeuring van de Nederlandse PTT.
De proefleider (rechts) ontstak een van de kaarsjes bovenaan het bord, waarna de onderzochte zo snel mogelijk moest nagaan met welke gummipeer (onderaan) hij dit kaarsje weer uit kon doen.
Het Psychotechnisch Laboratorium van de PTT werd opgericht in 1930 en genoot een internationale reputatie als een van de meest geavanceerde en best geoutilleerde psychotechnische laboratoria van Europa. Oprichtster was Rebecca Biegel, de eerste vrouwelijke psychologe van Nederland. Helaas zou Biegel slechts kort kunnen genieten van het succes van het laboratorium: als Joodse werd ze in 1941 ontslagen, en twee jaar later kwam zij om het leven in concentratiekamp Westerbork.
De chauffeurskeuring was het paradepaardje van het PTT-laboratorium. Het laboratorium stond in hoog aanzien. Zo gaven verzekeringsmaatschappijen gaven premiekorting aan bedrijven die hun chauffeurs bij de PTT lieten onderzoeken.
In totaal bestond de chauffeurskeuring uit zeven proeven. De meeste daarvan hadden betrekking op elementaire functies, zoals reactiesnelheid en het schatten van afstanden. Daarnaast waren er ook geavanceerdere proeven, zoals de test voor het aanvoelen van bewegingen.
Hoogtepunt van ‘de testserie was het ‘auto-apparaat’. Gezeten in een volledig opgetuigde chauffeurscabine, keek de kandidaat naar een film van een autorit, opgenomen vanuit het perspectief van de chauffeur. Met rem, gaspedaal, stuurbewegingen etc. moest hij reageren op de situaties die zich voordeden, zoals plotseling overstekende kinderen. Alle acties werden met ‘schrijvertjes’ automatisch geregistreerd